Verruiming leennormen voor huizenkopers onwenselijk
Dat concluderen De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) vandaag op basis van cijfers in een nieuwe jaarlijkse monitor over hypothecaire leennormen en financiële stabiliteit. De monitor is opgesteld op verzoek van de minister van Financiën en beoogt inzicht te geven in de risico’s van kredietverlening, zodat financiële stabiliteit nadrukkelijker wordt betrokken bij het vaststellen van de leennormen. Tegelijkertijd publiceert het Centraal Planbureau (CPB) vandaag een monitor waarin gekeken is naar de relatie tussen leennormen en de toegankelijkheid van de koopwoningmarkt.
Nu Loan-to-Value-limiet niet verkrappen
Waar een verruiming van de normen onwenselijk is, is een eventuele verlaging van de LTV (Loan-to-Value)-limiet op dit moment ook geen goed plan, ook al heeft Nederland in vergelijking met andere landen een hoge LTV-limiet. Een verlaging van die limiet beperkt weliswaar de risico’s voor de financiële stabiliteit, maar zou het nu vooral voor starters nog moeilijker maken om een koopwoning te bemachtigen. In een toekomstige, meer evenwichtige woningmarkt met ook een beter functionerende huurmarkt, geldt dat probleem voor starters minder en is een lagere LTV-limiet belangrijk om de financiële stabiliteit te bevorderen.
Leennormen gaan over het maximale bedrag dat huizenkopers mogen lenen bij de koop van een woning. Zij mogen in beginsel niet meer dan 100% van de waarde van het huis lenen, de zogeheten Loan-to-Value (LTV-limiet). Daarnaast geldt een Loan-to-Income (LTI-norm), waarbij voor de maximale hypotheek wordt gekeken naar het inkomen van de koper en naar de rente.
[....]