Hypotheekrenteaftrek dreigt vast te lopen op eigen uitvoering
Per 1 januari 2031 eindigt voor veel oudere hypotheken de maximale periode van dertig jaar hypotheekrenteaftrek. Volgens emeritus hoogleraar belastingrecht Gerard Meussen is daarbij een fundamenteel uitvoeringsprobleem over het hoofd gezien. De Belastingdienst beschikt niet meer over alle historische gegevens om vast te stellen hoeveel jaren individuele belastingplichtigen daadwerkelijk renteaftrek hebben genoten. Daarmee ontstaat onduidelijkheid over de bewijslast en dreigt een regeling die bijna dertig jaar geleden is ingevoerd in de praktijk onuitvoerbaar te blijken. Een ambtelijke werkgroep van het ministerie van Financiën heeft deze uitvoeringsproblemen inmiddels eveneens onderkend en verschillende oplossingsrichtingen uitgewerkt, variërend van overgangsregelingen tot verlenging van de bestaande aftrekmogelijkheden.
Meussen waarschuwt echter dat dergelijke oplossingen de fiscale regelgeving alleen maar complexer maken. Hij ziet de huidige situatie juist als een kans om de hypotheekrenteaftrek geleidelijk af te schaffen en de eigen woning onder te brengen in box 3, met een beperkte overgangsperiode. Volgens hem zou dat niet alleen leiden tot een eenvoudiger belastingstelsel, maar ook bijdragen aan een stabielere woningmarkt en meer duidelijkheid voor huiseigenaren. Blijft een politieke keuze uit, dan dreigt volgens de auteur een langdurige periode van juridische discussies, uitvoeringsproblemen en onzekerheid voor zowel burgers als de Belastingdienst.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op NFDR.